FRIA: wanneer moet ik een grondrechtentoets doen (AI Act art. 27)?
Gebruik je hoog-risico-AI als publieke instantie, aanbieder van publieke diensten, of voor kredietwaardigheid of levens- en ziektekostenverzekering? Dan eist art. 27 AI Act vóór ingebruikname een grondrechteneffectbeoordeling (FRIA).
Kort antwoord: Niet elke gebruiker van hoog-risico-AI hoeft een grondrechteneffectbeoordeling (FRIA) te doen. Artikel 27 AI Act legt die plicht alléén op aan bepaalde gebruiksverantwoordelijken: publieke instanties, private partijen die publieke diensten leveren, en wie hoog-risico-AI inzet voor kredietwaardigheidsbeoordeling of voor risicobeoordeling en prijsstelling bij levens- en ziektekostenverzekering. De FRIA moet vóór de eerste ingebruikname klaar zijn.
Wie de FRIA moet doen
Artikel 27 van Verordening (EU) 2024/1689 richt zich tot de gebruiksverantwoordelijke (deployer), niet tot de aanbieder. De plicht geldt bij gebruik van een hoog-risico-AI-systeem in de zin van bijlage III, en alleen voor:
- Publiekrechtelijke instanties, of private partijen die publieke diensten verlenen;
- gebruik voor het beoordelen van kredietwaardigheid of het vaststellen van een kredietscore (met een uitzondering voor het opsporen van financiële fraude);
- gebruik voor risicobeoordeling en prijsstelling bij levens- en ziektekostenverzekeringen.
Andere deployers van hoog-risico-AI vallen in beginsel niet onder de FRIA-plicht. Wie bijvoorbeeld als gewoon privébedrijf een hoog-risico-planningsysteem inzet zonder publieke-dienstcontext, krediet- of verzekeringsdoel, hoeft geen FRIA te doen — andere hoog-risicoverplichtingen kunnen wél gelden.
Wat er in de beoordeling moet staan
De FRIA beschrijft hoe het systeem feitelijk wordt gebruikt en welke gevolgen dat heeft voor grondrechten. Concreet:
- de processen waarin het systeem wordt gebruikt, passend bij het beoogde doel;
- de periode en frequentie van het gebruik;
- de categorieën personen die worden geraakt;
- de specifieke risico's voor de grondrechten van die personen;
- de maatregelen voor menselijk toezicht conform de gebruiksaanwijzing;
- de mitigerende maatregelen als de risico's zich verwezenlijken, inclusief klachten- en governanceregelingen.
Na het opstellen meld je de uitkomst bij de markttoezichtautoriteit via het daarvoor bestemde formulier. Bij wezenlijke wijzigingen actualiseer je de beoordeling.
Verhouding tot de AVG-DPIA
De FRIA en de gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) uit de AVG kunnen elkaar deels overlappen. Voer je al een DPIA uit, dan vult de FRIA die aan: hij vervangt de DPIA niet, maar je hoeft eerder verzamelde informatie niet dubbel te produceren. Behandel ze als complementaire toetsen — de DPIA kijkt naar gegevensverwerking, de FRIA breder naar het effect op grondrechten.
Lees ook: De AI Act-tijdlijn van verplichtingen. Doe de scan.
Bronnen
- https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj
Verordening (EU) 2024/1689 (AI Act), art. 27: grondrechteneffectbeoordeling.
Lees ook
DPIA voor HR-AI: wanneer verplicht en hoe combineer je het met de FRIA?
Een DPIA (art. 35 AVG) is verplicht bij grootschalig, systematisch monitoren en bij hoog-risico-AI in HR. Dit artikel legt uit wat erin moet en hoe je de DPIA combineert met de FRIA (grondrechtentoets, art. 27 AI Act) tot één traject. Met praktisch stappenplan.
Registratie van hoog-risicosystemen in de EU-databank (artikel 49)
Artikel 49 van de AI Act verplicht aanbieders en bepaalde gebruiksverantwoordelijken om hoog-risicosystemen vóór ingebruikname te registreren in een openbare EU-databank. De registratie maakt zichtbaar welke systemen op de markt zijn en is een voorwaarde voor rechtmatig gebruik.
Een AI-model (GPAI) inkopen: welke plichten heb je als gebruiker?
De zwaarste GPAI-plichten gelden voor de aanbieder, niet voor jou. Als gebruiker raken je vooral AI-geletterdheid (artikel 4), transparantie (artikel 50) en — bij hoogrisico-inzet — de gebruiksverantwoordelijkheden van artikel 26.